Judo is geboren uit een traditie waar respect niet sentimenteel is maar functioneel. Hier zijn de tien ongeschreven regels die elke trainer respecteert – en jou tot een echte judoka maken.
1. Buigen voor de mat oprolt
Voor je voet op de mat zet, buig in de richting van de mat. Erkenning van waar je staat.
2. Sandalen netjes naast de mat
Schoenen worden in een rij gezet, neus naar de mat toe. Zodat ze klaar staan om weer in te stappen.
3. Niet praten tijdens uitleg
Als de coach uitlegt, sta je stil. Geen fluisteren met je partner, geen sok-rechttrekken. Volledige aandacht.
4. Houd je judogi schoon
Vuile judogi op de mat is onrespectvol naar je trainingspartner. Was na elke training. Niet alleen vanwege hygiene.
5. Buig voor en na elke uchikomi/randori
Voor de oefening begint en wanneer hij eindigt. Beide momenten.
6. Roep tijdig "tap"
Niet wachten tot pijn. Tap is geen verlies – tap is intelligent.
7. Help opzetten en opruimen
Matten leggen voor les begint, opruimen erna. Iedereen draagt bij, ongeacht graduatie.
8. Begroet binnenkomers
Komt iemand laat binnen: korte hand, kort woord. Zelfs als de les loopt. Verbinding eerst.
9. Geef nieuwe leden voorrang in vragen
Wie lang traint heeft tijd om antwoorden te vinden. Wie nieuw is heeft de eerste maand om door te schieten. Coach-tijd verdelen.
10. Verlaat de mat met dezelfde houding als waarmee je opkwam
Buig, recht je rug, kalm. Of je net hebt gewonnen of verloren in randori – de mat verlaat je in stilte.
Bij Sportschool Herbert dragen deze regels niet bij wijze van etalage maar omdat ze werken. Je voelt het verschil binnen drie lessen.